Toekomstbestendig wonen

Toekomstbestendig wonen

Maatschappelijke opgave

Sinds het einde van de crisis is de vraag naar woningen sterk toegenomen. Er zijn meer woningen nodig van goede kwaliteit, op de juiste locatie en passend bij de financiële mogelijkheden en wensen van bewoners. Daarom moet de komende periode extra aandacht besteed worden aan het vergroten en versnellen van de bouwproductie.

Naast het bijbouwen is het goed benutten en transformeren van de bestaande woningvoorraad belangrijk (doorstroming en meer flexibiliteit) en moet er aandacht zijn voor betaalbaarheid en duurzaamheid. Ook de relatie met het blijven garanderen van de mobiliteit (weg en openbaar vervoer) is van groot belang.

Er is sprake van grote regionale verschillen. Enerzijds spelen er in schaarstegebieden vraagstukken rondom de ontwikkeling van de woningbouwbehoefte, het woningtekort en de uitdagingen en knelpunten om woningbouw en transformatie van bestaand vastgoed aan te jagen. Anderzijds spelen er in krimpgebieden weer vraagstukken rondom sloop en herstructurering en het bereikbaar houden van voorzieningen. Dit vraagt om maatwerk per regio gericht op de specifieke opgaven.

Hierbij moet oog zijn voor enkele specifieke aandachtgroepen. Deze zijn (niet uitputtend) statushouders, studenten, ouderen, spoedzoekers en personen met verward gedrag (GGZ-problematiek). Vakantieparken functioneren soms (onbedoeld) als opvanglocatie voor diverse groepen kwetsbare burgers. Er is er een grote beweging in de samenleving naar langer thuis wonen en extramuralisering. Deze vraagstukken markeren de veranderende vraag op de woningmarkt en de antwoorden die daarop nodig zijn.

De relatie tussen de ontwikkelingen op de woningmarkt en de klimaat- en energietransitie is evident. De gebouwde omgeving en de woningen zelf moeten worden verduurzaamd. De relatie tussen het wonen en de klimaat- en energietransitie wordt in het IBP geborgd en is verder uitgewerkt in de IBP-opgave ‘samen aan de slag voor het klimaat’.

Gezamenlijke ambitie

We zetten in op aanvullende afspraken tussen de overheidslagen om de opgaven op de woningmarkt aan te pakken en deze met grote(re) maatschappelijke meerwaarde te realiseren. We pakken de maatschappelijke opgaven interbestuurlijk en domeinoverstijgend op. Natuurlijk zijn voor het realiseren van deze opgaven woningcorporaties, private partijen en vertegenwoordigers van bewoners nodig. Daarom wordt er momenteel met deze partijen gewerkt aan een brede nationale woonagenda. De afspraken uit dit IBP zullen in die woonagenda verder worden geconcretiseerd.

De discussie over de lange termijn woningbehoefte, zowel binnen- als buitenstedelijk levert besluiten op die van grote en blijvende invloed kunnen zijn op de inrichting van Nederland. Het proces hier naartoe vraagt om zorgvuldigheid en dient daarom nu al aan te vangen. Partijen hebben de plicht om goed met bestaand gebruik van ruimte en bebouwing (omgevingskwaliteit) om te gaan. Derhalve zal bestrijding van leegstand, het bevorderen van transformatie en doorstroming blijvende aandacht vragen.

In de samenleving is een bredere ontwikkeling te zien waarin mensen zelf meer invulling willen geven aan de manier waarop zij wonen. De wooncoöperatie is hier een voorbeeld van waarbij gelijkgezinden, ouderen of mensen in sociale huurwoningen het beheer of eigendom willen overnemen of gezamenlijk een zelfbouwproject willen starten. Hierdoor wordt ook de betrokkenheid van de bewoners bij de leefomgeving vergroot omdat ze een deel van het beheer van openbare ruimten voor hun rekening nemen.

Meer woningen- zowel binnen als buiten bestaand bebouwd gebied- geeft een extra druk op de bereikbaarheid van met name de steden en hun agglomeraties. Met de toenemende verstedelijking dient de binnenstedelijke mobiliteit en de mobiliteit ‘van deur tot deur’ optimaal en zo duurzaam mogelijk ingericht te blijven. De realisatie van nieuwbouwlocaties, zowel binnenstedelijk als in de nabijheid van binnenstedelijke gebieden vereist een goede bereikbaarheid van deze locaties (hierbij mag het punt van betaalbaarheid ook niet uit het oog worden verloren). Dit vereist goede afstemming tussen woningbouw- en bereikbaarheidsinvesteringen en een fijn samenspel tussen betrokken overheden. Bij een inzet op ruimtelijke ontwikkeling zijn goed bereikbare (HOV) locaties essentieel.

Ingrediënten voor het interbestuurlijk programma

Het vergroten en/of aanpassen van de woningvoorraad

  • Om de regio’s te ondersteunen bij de complexe uitdaging rondom het invullen van de regionale woningbehoefte neemt het Rijk de komende jaren een actievere rol op zich. Het Rijk gaat daarover de komende maanden in gesprek met de regio’s. Die gesprekken monden uit in concrete afspraken over hoe de in de regio aanwezige knelpunten worden opgelost en wie daarbij welke rol heeft. Het kan hierbij gaan om het vergroten van de woningvoorraad, maar ook om sloop en transitie van de woningvoorraad.
  • In deze gesprekken neemt het Rijk het voortouw om samen met de medeoverheden een analyse te maken van de in de regio aanwezige (kwantitatieve en kwalitatieve) woningbehoefte, de mogelijkheden om daaraan te voldoen, de doelgroepen en de knelpunten. Ook krimpsituaties kunnen om een transformatie vragen. Afhankelijk van de specifiek regionale knelpunten kunnen afspraken bijvoorbeeld betrekking hebben op:
    • Beschikbaarheid van voldoende plancapaciteiten het lostrekken van ingewikkelde locaties.
    • Inzet van de Crisis- en herstelwet om projecten te versnellen. Zo nodig wordt belemmerende regelgeving aangepast.
    • Gerichte inzet van de expertteams.
    • Bij binnenstedelijke transformatie mag van gemeenten en marktpartijen verwacht worden dat ze reële aannames hanteren bij de vormgeving van de transformatie, om op die manier de ‘businesscase’ rond te krijgen. Gebleken is echter dat deze businesscase voor binnenstedelijke transformatie, niet altijd in één keer sluitend is te maken. In het kader van de nationale woonagenda wordt daarom met betrokken partijen en overheden gekeken naar de mogelijkheid van een (revolverend) fonds om voorfinanciering en investeringen mogelijk te maken.
    • Een samenhangende aanpak van alle betrokken partijen op de terreinen van onder andere wonen, zorg, bereikbaarheid, onderwijs en economie in krimpsituaties (zie ook de tekst over krimp en bevolkingsdaling onder 10. Overkoepelende thema’s). Daarbij wordt naar het instrumentarium gekeken en kan zo nodig belemmerende regelgeving worden aangepast of experimenteerruimte worden gecreëerd. Onderdeel hiervan is dat de betrokken partijen en overheden samen onderzoeken met wat voor financiële constructies de transformatieopgaven in krimpgebieden gerealiseerd kunnen worden.
  • Daarnaast wordt ingezet op meer ruimte voor andere woonvormen, naast traditionele koop en (sociale) huur. De wooncoöperatie is hiervan een goed voorbeeld. De komende periode wordt bezien hoe Rijk en gemeenten ervoor kunnen zorgen dat wooncoöperaties gestimuleerd worden. Bijvoorbeeld door prestatieafspraken, het wegnemen van belemmeringen in het overnemen en realiseren van woningen en het stimuleren van zelfbeheer.

Doelgroepen

  • Om meer kansen op de woningmarkt voor kwetsbare groepen en spoedzoekers te realiseren starten provincies, gemeenten en het Rijk een project om woonruimteverdeling, huurvormen en woonvormen beter af te stemmen op de woonbehoefte van deze groepen.
  • Voor ouderen, mensen met licht verstandelijke beperkingen en psychische, psychosociale en verslavingsproblematiek is nog weinig aanbod tussen thuis en een instelling en is er een tekort aan beschikbare betaalbare woningen. Het toenemend aantal ouderen vraagt om meer levensloopbestendige woningen en meer aanpassingen van bestaande woningen. Er wordt ingezet op het verbeteren van de doorstroming en een betere aansluiting tussen vraag en aanbod. Hiervoor benutten we de trajecten die reeds gestart zijn vanuit het Pact voor ouderenzorg, het initiatief ‘Weer thuis’, het Meerjarenprogramma beschermd wonen en maatschappelijke opvang en het actieplan Toegankelijkheid voor de bouw. In de lokale afspraken over uitbreiding van het aantal beschikbare betaalbare woningen en nieuwe woonvormen zal de verbinding worden gelegd met zorg en begeleiding (Wmo, WLZ, ZVW en de Jeugdwet) en schuldhulpverlening.
  • Het Rijk gaat overleg voeren met gemeenten en andere betrokken partijen die actief bezig zijn met de aanpak van vakantieparken. Met gemeenten en andere samenwerkingspartners wordt een landelijke ondersteuningsstructuur opgezet, gericht op concrete ondersteuning van gemeenten en andere partners bij de aanpak van problematische vakantieparken.
  • Samen met onder meer gemeenten en kennisinstellingen wil het Rijk afspraken maken over de aanpak van huisjesmelkers en de huisvesting van (internationale) studenten.
  • Het Rijk en de VNG ontwikkelen in overleg met een aantal gemeenten een visie op het standplaatsenbeleid, dat in overeenstemming is met het mensenrechtelijk kader met betrekking tot woonwagenbewoners, en dragen deze visie uit, waarbij ook de provincies worden betrokken.Toekomstbestendig wonen en mobiliteit
  • De opgaven op de woningmarkt hangen samen met de keuzes met betrekking tot het mobiliteitssysteem. In het IBP wordt dit uitgangspunt vastgelegd. Er worden afspraken gemaakt over hoe de op te lossen woningbehoefte en de toekomstige mobiliteitsvraag in samenhang kunnen worden opgelost. De koppeling tussen mobiliteit en woningbouw is een belangrijk onderwerp in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Duurzaamheid, circulaire bouw, klimaat- en energietransitie

  • De ontwikkelingen op de woningmarkt en de klimaat- en energietransitie zullen samen op moeten gaan. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving is verder uitgewerkt in de IBP-opgave ‘samen aan de slag voor het klimaat’.
  • Bij de plannen voor het vergroten en aanpassen van de woningvoorraad wordt expliciet rekening gehouden met ruimtelijke consequenties en waterbelangen zoals waterberging in de stad, waterrobuust bouwen, de kwaliteit van de openbare ruimte, groen, nabijheid van werk en voorzieningen, etc.