Regionale economie als versneller

Regionale economie als versneller

Maatschappelijke opgave

Het economisch systeem op regionaal niveau is te zien als een ‘ecosysteem’, waarbij succes wordt bepaald door een groot aantal factoren. Dan gaat het bijvoorbeeld om een goed functionerende arbeidsmarkt, opgeleide beroepsbevolking, actief en innovatief bedrijfsleven en aanwezig leiderschap. Maar ook om bereikbaarheid, digitalisering, verduurzaming en de kwaliteit van de woon- en leefomgeving met goede voorzieningen, cultuur en erfgoed. Ieder gebied heeft door de onderscheidende economische structuur en omstandigheden zijn eigen kansen en problemen.

  • Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft Nederland behoefte aan een nieuw regionaal-economisch beleid: een beleid waarin nationale en regionale agenda’s op elkaar zijn afgestemd.
  • Dit vraagstuk en de interbestuurlijke én integrale samenwerking die dat vraagt maakt ook onderdeel uit van het thema ‘naar een duurzame concurrerende economie’ binnen het traject van de Nationale Omgevingsvisie.

Gezamenlijke ambitie

Het versterken van de regionale economie is bij uitstek een opgave waarbinnen diverse ambities van provincies, gemeenten en meerdere rijksdepartementen samenkomen. Dat betreft een breed spectrum van innovatie, internationalisering en vestigingsklimaat en mobiliteit tot arbeidsmarktvraagstukken met betrekking tot onderwijsaanbod, participatie en beschikbaarheid of bereikbaarheid van relevante kennis voor bedrijven. Ook de transities op het terrein van energie, klimaat en circulair vergen een duurzame economische groei in de regio.

Welke van deze opgaven in een bepaalde regio dominant zijn verschilt sterk van gebied tot gebied. In een krimpregio spelen andere vragen gekoppeld aan de regionale economie, dan in een regio die enorm groeit. Wel is duidelijk dat economische dynamiek zich in toenemende mate op regionale schaal voordoet (niet als bestuurlijke begrenzing bedoeld). De ambitie is om op die schaal de beleidsinzet effectief interbestuurlijk en integraal met elkaar te verbinden. Daarbij wordt gebruikgemaakt van ervaringen en inzichten die zijn opgedaan bij reeds succesvolle samenwerking tussen provincies, gemeenten en meerdere departementen en de kennis die dat heeft opgeleverd over kansrijke ingrepen. Denk aan thema’s als grensoverschrijdend ondernemen, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt in techniek en ‘21st century skills’ (Techniekpact), het stimuleren van startups (Startup Delta), de ruimtelijk economische ontwikkel strategie (REOS), het versterken van vitale winkelgebieden (Retailagenda) en bedrijventerreinen en het stimuleren van innovatie van het mkb (mkb samenwerkingsagenda).

De kunst zal zijn om passend bij de regionale omstandigheden de verschillende beleidsdomeinen te verbinden en zo ieders eigen ambities te realiseren.

Ingrediënten voor het interbestuurlijk programma

De gezamenlijke ambitie vergt een gemeenschappelijke basis die vervolgens als maatwerk voor elke regio concreet moet worden ingevuld over de grenzen van de bestuurslagen en de sectoren heen. Daarom maken gemeenten, provincies en de betrokken departementen afspraken over:

  • Het verbeteren van de scharnierfunctie door inzet van gezaghebbende, interdepartementaal werkende regio-ambassadeurs in de front-office van de Rijksoverheid. Dit zou moeten leiden tot herkenbare, aanspreekbare en meedenkende vertegenwoordigers van één of meer departementen in de regio.
  • Het ontwikkelen van programma’s voor een brede regionaal economische aanpak waarbij we met een beperkt aantal regio’s oefenen in het verbinden van de regionale en de nationale agenda. Hier ligt een relatie met het spoor gebiedsgerichte aanpak en het instrumentarium dat daar ontwikkeld wordt. Er wordt voortgebouwd op ervaringen die zijn opgedaan in de samenwerkingen bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld de Actieagenda Brainport, de proeftuinen Maak Verschil, het Investeringsprogramma Zeeland en het programma Matchen op Werk in de arbeidsmarktregio’s.
  • De huidige samenwerking tussen Rijk en regio vanuit de thematische invalshoek wordt met kracht voortgezet.
  • In het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs daalt het aantal leerlingen in veel regio’s (niet alleen de ‘krimpregio’s) fors. Ruim 80 procent van de vo-besturen krijgt te maken met leerlingendaling; deze daling is substantieel en houdt lang aan. Leerlingdaling kan leiden tot regionale knelpunten, omdat onderwijsaanbod onder druk komt te staan. Om een toekomstbestendig onderwijsaanbod in een regio te realiseren en daarmee de (economische) leefbaarheid te bewaren, is regionale samenwerking noodzakelijk.
  • Het topsectorenbeleid wordt meer toegesneden op de economische kansen van maatschappelijke opgaven en sleuteltechnologieën. Benutting van kansrijke crossovers zijn hieraan behulpzaam. Ook hier geldt dat het verbinden van de agenda’s van de topsectoren met de agenda’s en de stip aan de horizon van regio’s leidt tot versterking van de regionale verdienkracht én het nationaal verdienvermogen.
  • Beter samen optrekken in Europa: de Nederlandse inzet voor een nieuwe periode van structuurfondsen vanaf 2021 richt zich zowel op meer synergie met andere onderdelen van de Europese investeringsagenda (zoals EFSI/9de kader), op innovatie, vergroening en grensoverschrijdende samenwerking als op vereenvoudiging van de fondsen. Dit is een breed gedragen standpunt van Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. Beoogd wordt het beschikbaar maken van fondsen voor Nederland en daarmee de Nederlandse regio’s en dat we binnen lidstaat Nederland als overheden nadere afspraken maken over effectieve en efficiënte inzet van deze middelen voor innovatie om transitie te versnellen.
  • Voor een strategisch economische focus die ook is gericht op internationalisering is het van belang om krachten te bundelen met die gremia waarin medeoverheden, private partijen en kenniswereld reeds samenwerken. Denk daarbij o.a. aan de International Strategic Board (gericht op een overkoepelende nationale internationaliseringsagenda) en het netwerk Trade NL (op de ISB gerichte ondersteunende activiteiten en faciliteiten).

Speciale aandacht is er voor crossovers met andere onderdelen van dit interbestuurlijk programma.

  • Er ligt een nauwe relatie met het sociaal domein als het gaat over het functioneren van de arbeidsmarkt en participatie. De komende maanden geven we met elkaar een traject vorm om deze raakvlakken scherper te krijgen.
  • De energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie hebben allemaal een regionale/lokale component en investeringen van de overheden en het faciliteren en aanjagen van investeringen kunnen bij uitstek de regionale economie versterken. In het bijzonder zetten we met elkaar in op het wegwerken van het tekort aan arbeidskrachten (bv installatietechnici) die nodig zijn om woningen, bedrijfspanden, maatschappelijk vastgoed te isoleren en voorzien van duurzame energie.
  • Digitalisering is een onderwerp dat volop speelt binnen de overheid (zie ook ‘goed openbaar bestuur’), waar ook met name het mkb/kleinere bedrijven nog een flinke slag hebben te maken. Het ontwikkelen we een gezamenlijke digitaliseringsagenda kan een doorontwikkeling betekenen voor de mkb-samenwerkingsagenda.