Passende financiële verhoudingen

Randvoorwaarde bij gezamenlijke ambities in maatschappelijke opgaven

De inrichting van de financiële verhoudingen tussen Rijk en medeoverheden is te beschouwen als een randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van dit programma. Het Rijk en de medeoverheden werken daarom binnen het interbestuurlijk programma aan afspraken over passende financiële verhoudingen. Over de normeringssystematiek is reeds overeenstemming bereikt; over de herziening van de financiële verhoudingen, de EMU-normering, de overheveling van de Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD) en diverse fiscale thema’s is onderstaande aanzet voor afspraken opgenomen.

Ingrediënten voor het interbestuurlijk programma

Herziening financiële verhoudingen

  • Naar aanleiding van het rapport ‘Rekening houden met verschil’ werken we gezamenlijk aan het herzien van de financiële verhoudingen tussen Rijk en medeoverheden. We hebben hierbij oog voor de grote verschillen tussen het provinciaal en gemeentelijk takenpakket, wat maakt dat de invulling van de principes die ten grondslag liggen aan die verhoudingen niet identiek hoeft te zijn.

Normeringssystematiek

  • Rijk, gemeenten en provincies bevestigen de in het Regeerakkoord vastgelegde methodiek dat met ingang van 2018 de evenredigheid in de normeringssystematiek wordt versterkt door als basis niet langer de netto gecorrigeerde rijksuitgaven te hanteren, maar de totale rijksuitgaven (inclusief zorg en sociale zekerheid). Deze bredere basis zorgt naar verwachting ook voor meer stabiliteit in de accresontwikkeling. Een gedetailleerde beschrijving van de normeringssystematiek is bijgevoegd als bijlage 3.

Bijdrage decentrale overheden aan houdbare overheidsfinanciën (EMU-normering)

  • Het Rijk en de decentrale overheden zijn in Nederland samen verantwoordelijk voor gezonde overheidsfinanciën. Op grond van de Wet houdbare overheidsfinanciën (hof) leveren het Rijk en de decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning aan het bereiken van houdbare overheidsfinanciën in Nederland.
  • In lijn met het Regeerakkoord en in overeenstemming met de Wet hof maken we afspraken over het aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo voor de jaren 2019 – 2021 (of 2022). De invulling van een ‘gelijkwaardige inspanning’ door de decentrale overheden aan het EMU-saldo van de collectieve sector is een politiek-bestuurlijke weging.
  • We maken afspraken over een basispad (op basis van raming CPB) voor het EMU-saldo en een iets ruimere EMU-norm (als buffer), zodat bij een beperkte afwijking niet direct sprake is van escalatie naar het correctiemechanisme. De komende tijd wordt in de werkgroep Financiën van het interbestuurlijk programma een besluit voorbereid zodat de bestuurlijke weging kan plaatsvinden in het voorjaar/Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv).

Overheveling IUSD

  • Rijk en gemeenten bevestigen de in het Regeerakkoord opgenomen overheveling van het integreerbare deel van de integratie-uitkering Sociaal domein naar de algemene uitkering van het gemeentefonds. Per 2019 gaan de volgende onderdelen over:
    • IUSD Wmo en IU Wmo, met uitzondering van Beschermd wonen;
    • IUSD Jeugdhulp, met uitzondering van Voogdij/18+;
    • IUSD Participatie, onderdeel
    • Re-integratie klassiek.
  • Ter voorbereiding op de overheveling werken Rijk en gemeenten de noodzakelijke technische vraagstukken verder uit (uniformeren verdeelmaatstaven, peildata, zichtbaarheid in de vorm van (sub)clusters, toepassen uitkeringsfactoren etc.) waarbij het streven is om herverdeeleffecten zoveel mogelijk te beperken. De technische uitwerking zal zijn beslag krijgen in de circulaires.
  • Enkele onderdelen van de integratie-uitkering Sociaal domein zijn (nog) niet integreerbaar.[1] Rijk en gemeenten bespreken hoe deze onderdelen optimaal kunnen worden vormgegeven.
  • Vanwege de grote invloed van de BUIG op de gemeentelijke begrotingen verkennen we de mogelijkheden om de timing van informatieverstrekking vanuit het Rijk aan gemeenten beter aan te sluiten op de gemeentelijke begrotingscyclus van gemeenten.
  • Rijk en gemeenten spreken af te verkennen hoe de voorwaarden op basis waarvan gemeenten aanspraak maken op verschillende vangnetregelingen op elkaar afgestemd kunnen worden.

Procesafspraken fiscale thema’s

  • Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.
  • We spreken af om eventuele knelpunten in de fiscale regelgeving, op het niveau van zowel de Rijksoverheid als de medeoverheden, te inventariseren die belangrijke doelstellingen van zowel Rijk als decentrale overheden in de weg staan (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en de circulaire economie) en om te bezien of er, met inachtneming van bestaande wet- en regelgeving, oplossingen kunnen worden geboden.

 

Kennisuitwisseling over financiering van maatschappelijke opgaven

  • In het kader van dit interbestuurlijk programma willen overheden kennis en informatie uitwisselen over effectieve financiering van projecten waarbij private partners betrokken zijn. Overheden vervullen daarbij een stimulerende of regierol en kunnen optreden als subsidieverstrekker, garantsteller, leningverstrekker of participant. Door planningen, investeringsagenda’s en opgaven te bundelen kunnen innovatieve financieringswijzen worden gevonden en kan de effectiviteit van projectfinanciering worden vergroot.
  • Bij de uitwerking van het interbestuurlijk programma voorkomen we verhoging van de administratieve lasten en denken we na over mogelijkheden voor deregulering.

 

 

[1] De volgende onderdelen van de IUSD zijn (nog) niet integreerbaar in de algemene uitkering: IUSD Wmo, onderdeel Beschermd wonen; IUSD Jeugdhulp, onderdeel Voogdij/18+; IUSD Participatie, onderdelen Wsw en Re-integratie nieuwe doelgroepen.