Nederland en migrant goed voorbereid

Nederland en migrant goed voorbereid

Maatschappelijke opgave

De ontwikkeling van internationale migratiestromen is zodanig onzeker dat we ook in de komende jaren rekening moeten houden met grote schommelingen in de asielinstroom; zowel qua volume als qua samenstelling. Dit vraagt om een asielsysteem dat hier flexibel op inspeelt en daarmee duurzaam is. Degenen die mogen blijven moeten snel kunnen meedoen in onze samenleving. Dat betekent onder andere dat we het taalniveau en de arbeidsparticipatie van nieuwkomers, waaronder vluchtelingen, zullen verbeteren. Degenen die uiteindelijk niet mogen blijven dienen zo snel mogelijk terug te keren. Doordat ze dit niet altijd doen worden Rijk en gemeenten geconfronteerd met de problematiek van migranten zonder verblijfstitel die zich in gemeenten bevinden en daar aanspraak maken op voorzieningen.

Gezamenlijke ambitie

Asielmigranten worden adequaat opgevangen, krijgen snel duidelijkheid over hun verblijf en zijn zo snel als mogelijk in staat om volwaardig in Nederland te participeren. Uitgeprocedeerde asielzoekers keren terug.

De samenwerking tussen Rijk, medeoverheden en maatschappelijke organisaties om te zorgen voor goede opvang, begeleiding, huisvesting, integratie of terugkeer van vluchtelingen wordt geïntensiveerd. In 2018 worden ongeveer 30.000 nieuwkomers verwacht. Het interbestuurlijk programma draagt bij aan de samenwerking door een platform te bieden waarin lokale en landelijke belangen op dit terrein naar een gezamenlijk belang en overheidsbrede acties kunnen worden vertaald.

Ingrediënten voor het interbestuurlijk programma

  • De overheden trekken gezamenlijk op bij een brede benadering van het migratie- en integratievraagstuk en betrekken daarbij ook andere (maatschappelijke) actoren. Bestaande structuren zoals de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie en de Taskforce Werk en Integratie spelen hierin een centrale rol en worden verder doorontwikkeld. Ook regionaal ligt de focus op samenwerking.
  • Het Rijk werkt met medeoverheden aan een flexibel en effectief asielstelsel dat sneller en beter kan inspelen op veranderingen in de asielinstroom. Daartoe worden verschillende maatregelen in de asielketen uitgewerkt: het ontwerpen van een efficiënter en flexibel asielproces, het ontwikkelen van een gezamenlijk planningsysteem in de asielketen en gezamenlijke huisvesting van ketenpartners op zogenaamde gemeenschappelijke vreemdelingenlocaties. Gemeenten worden beter betrokken bij de prognoses en planning in de asielketen. Daarnaast wordt gestreefd naar meer flexibele vormen van asielopvangcapaciteit, waarmee schommelingen in de asielinstroom efficiënter kunnen worden opgevangen. Met lokale overheden wordt gewerkt aan afspraken over de mogelijkheden om lokaal flexibele vormen van asielopvangcapaciteit te realiseren. Ook het vasthouden van de grote inzet die vele gemeenten hebben laten zien in het tijdig huisvesten van vergunninghouders is van belang voor een goed functionerend stelsel – we streven ernaar vergunninghouders nog sneller uit de opvang te krijgen.
  • Daarnaast moet voor asielzoekers met een grote kans op verblijf en vergunninghouders spoedige huisvesting, integratie en participatie in de gemeenten voorop staan. Onderdeel hiervan is dat er gestuurd wordt op plaatsing in de regio waar zij worden gehuisvest, daarbij rekening houdend met werkkwalificaties en het regionale en lokale baanaanbod en het minimaliseren van verhuisbewegingen. Het belang van kinderen wordt daarbij expliciet meegewogen.
  • Verder moet een flexibel en effectief stelsel bijdragen aan effectieve en snelle terugkeer. Voorwaarde hiervoor is dat er vroegtijdig in het asielproces een onderscheid kan worden gemaakt tussen asielzoekers met een grote kans op verblijf en zij met een kleine tot geen kans op verblijf. Waar de eerste groep zo snel mogelijk wordt geplaatst in de regio van huisvesting, wordt de tweede groep opgevangen op centrale locaties (GVL’s), zodat de procedure zo snel en effectief mogelijk kan verlopen en verplaatsingen kunnen worden beperkt. Waar bij de eerste groep de focus ligt op integratie en participatie, gaat het bij de tweede groep om vergroten van de kansen op terugkeer. Ervaringen met deze doelgroep in andere Europese landen worden daarbij benut.
  • De integratie van vluchtelingen die mogen blijven, begint op een zo vroeg mogelijk moment waarbij gemeenten meer regie krijgen. We maken het mogelijk dat zij snel starten met het leren van de Nederlandse taal en zorgen voor doorlopende begeleiding van vluchtelingen tussen opvang en het landen in gemeenten. Verhuisbewegingen worden tot een minimum beperkt.
  • Van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving wordt verwacht dat zij zo snel mogelijk zelfstandig kunnen participeren in de Nederlandse samenleving, liefst via betaald werk. Om dit proces effectiever en efficiënter te laten verlopen krijgen gemeenten meer regie op inburgering. Gemeenten hebben sinds de verhoogde asielinstroom 2015-2017 nieuwe werkwijzen ontwikkeld die in de komende kabinetsperiode moeten worden doorontwikkeld. Het doel is om integrale trajecten op maat te bieden aan nieuwkomers waarbij er een combinatie gemaakt wordt tussen inburgering, opleiding, geleiding naar werk, financiële zelfredzaamheid en gezondheid. Onderdeel hiervan is ook de uitwerking van een ‘ontzorgend en activerend systeem’ dat gemeenten meer mogelijkheden biedt om aandacht te geven aan moeilijkere doelgroepen. Het streven is hierbij een taalniveau te bereiken dat aansluit bij de arbeidsmarkt. In nauw overleg met betrokken partijen (waaronder onderwijs, werkgevers, vluchtelingenorganisaties) en aansluitend bij bestaande structuren wordt de nieuwe praktijk doorontwikkeld.
  • De realisatie van acht gezamenlijke landelijke vreemdelingenvoorzieningen (onderdaks- en begeleidingsvoorzieningen in gemeenten voor mensen zonder recht op verblijf) is met nadruk een opgave die Rijk en gemeenten gezamenlijk ter hand moeten nemen. De LVV’s dienen een belangrijke bijdrage te leveren aan de aanpak van illegaal verblijf en de verbetering van terugkeer of realisatie van een andere duurzame oplossing voor de doelgroep. Een doelstelling van de ontwikkeling van de LVV’s is dat alle gemeenten met eigen opvangvoorzieningen zich hier uiteindelijk bij aansluiten. Hiervoor willen Rijk en gemeenten met een gezamenlijk programma onder gedeeld opdrachtgeverschap effectieve lokale voorzieningen ontwikkelen. Gemeenten en lokale NGO’s, Rijk en organisaties in de migratieketen, spannen zich daartoe de komende drie jaar met mensen en middelen in waarbij begonnen wordt met pilot-LVV’s en een landelijk programma dat het LVV-concept moet ontwikkelen.