Naar een vitaal platteland

Naar een vitaal platteland

Maatschappelijke opgave

De komende decennia komen enkele grote structurele veranderingsopgaven bij elkaar in het landelijke gebied, Dat vraagt om een integrale, regiospecifieke benadering, waarbij opgaven voor Landbouw, natuur, kwaliteit van de leefomgeving, milieu en water (nog) meer hand in hand gaan en in samenhang met elkaar worden opgepakt. Een stevige opgave waar actoren gezamenlijk voor staan. Urgente opgaven waar het landelijk gebied voor staat, zijn:

  • Gezond en veilig voedsel, geproduceerd door een innovatieve en economisch krachtige agrarische sector die met haar kennis helpt de wereld te voeden. Tegelijkertijd heeft de landbouw in de huidige vorm grote invloed op thema’s als gezondheid, klimaat, lucht- en waterkwaliteit, waterbeheer, biodiversiteit en kwaliteit van het landschap.
  • Gezonde ecosystemen, die zorgen dat we duurzaam kunnen leven in ons dichtbevolkte land. Ook gezien alle uitdagingen die op ons afkomen als gevolg van de klimaatveranderingen.
  • Waardevolle natuur en landelijk gebied waar we van kunnen genieten, wat een belangrijk deel van onze identiteit vormt, die bijdraagt aan een goed economisch vestigingsklimaat en een veilige en gezonde leefomgeving.

Gezamenlijke ambitie

  • Het inzetten van een structurele verandering naar een duurzamere landbouw en waarbij de landbouw (met name de veehouderij) geen ongewenste risico’s geeft voor de volksgezondheid en leefbaarheid voor boeren, burgers en milieu. Dat is een traject van langere adem. De komende jaren wordt de structurele verandering ingezet in prioritaire gebieden en in verschillende sectoren. Daarnaast zullen we werken in het platteland aan de klimaatopgave, in samenhang met de luchtkwaliteit en bestaande programma’s voor het waterkwaliteit en -beheer. Het gaat hierbij om zaken als meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, ecologische waarden en genoeg zoetwater van voldoende kwaliteit.
  • Het ingezette beleid voor natuur en biodiversiteit, zoals de uitbreiding van het natuurnetwerk, is effectief, maar het is op dit moment nog niet voldoende om alle doelen volledig te realiseren. Daarom moet ook worden doorgegaan met dat ingezette beleid, onder meer met extra impulsen die goed zijn voor de natuur.
  • Om van het landelijk gebied te kunnen blijven genieten is het van belang dat alle betrokken actoren zorg dragen voor een goed toezicht in het landelijke gebied.

Ingrediënten voor het interbestuurlijk programma

  • We gaan met en in kansrijke gebieden aan de slag met een integrale aanpak. We gebruiken daarvoor de nationale omgevingsvisie en de omgevingsagenda’s om afspraken te maken. We denken bij kansrijke gebieden aan veenweidegebieden, zwaar belaste gebieden met een hoge veedichtheid, gebieden rond Natura2000 waar vaak ook een wateropgave is: kansrijk in die zin dat er voldoende draagvlak, opgave en omvang is voor een ambitieuze aanpak. Hierbij benutten we ook de kansen die een nieuw GLB ons biedt. Het gaat ook om realiseren nieuw verdienmodel voor landbouw.
  • We versterken met de aanpak kringlooplandbouw als onderdeel van de circulaire economie en een integrale aanpak van gezondheidsrisico’s en leefbaarheid- en milieuproblemen die samenhangen met de veehouderij in veerijke gebieden.
  • Een gezamenlijke aanpak voor de klimaatopgave vraagt een integrale aanpak in het kader van klimaatakkoord. Deze aanpak wordt verder uitgewerkt bij de opgave ‘samen aan de slag voor het klimaat’. De crossovers met de opgave ‘naar een vitaal platteland’ worden in beeld gebracht.
  • Spelregels bij dit onderdeel van het interbestuurlijk programma, zijn:
    • Eerder gemaakte (decentralisatie-)afspraken zijn leidend – we zoeken naar een additionele inzet die nodig is op enkele majeure dossiers, waar opgaven alleen met een gezamenlijke aanpak tot realisatie kunnen komen.
    • Op nationaal niveau worden doelen of normen van bescherming vastgelegd, uitvoering en keuze inzet van instrumenten gebeurt zoveel mogelijk op decentraal niveau.