Wethouder Van Hooijdonk: mensen maken het verschil

Soms loopt het als een trein. En soms voor geen meter. Succesvol interbestuurlijk samenwerken staat of valt met de juiste mensen. Dat vindt de Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk. Zij merkt dat bijvoorbeeld aan de sectortafel Gebouwde Omgeving, waar zij namens de gemeenten meepraat over het Klimaatakkoord. ‘Doordat alle deelnemers welwillend meewerken, zijn dat meer gesprekken dan onderhandelingen’, zegt zij. ‘Met de goede mensen krijgt samenwerking vleugels.’

Noemt u eens een voorbeeld van zo’n goede samenwerking?

‘Het aardgasloos maken van Nederland. We weten al sinds het Verdrag van Kyoto uit 1997 dat aardgas geen toekomst heeft. Toch beseffen we nu pas dat we van het gas af moeten. Vaak is daar een aanleiding voor nodig. Hoe wrang ook, door de schrijnende gevolgen van de aardbevingen in Groningen voelen we dat we in actie moeten komen. Nu er momentum is, gaat het snel. Sinds vorig jaar doet de gemeente Utrecht mee aan de Green Deal Aardgasvrije Wijken. We hebben die ondertekend met Stedin en Eneco, met de woningcorporaties en een energiecoöperatie. Landelijk gezien zijn we een van de koplopers. Dat komt omdat bij al die clubs mensen zitten die echt willen veranderen. Het Rijk maakt het mogelijk en de ambtenaren in Den Haag werken mee. Het is een kwestie van durf, aansturing en persoonlijk leiderschap. Zo kun je veel bereiken.’

Hoe werkt dat bij uw onderhandelingen over het Klimaatakkoord?

‘De deelnemers hebben ieder hun eigen belangen. Tegelijkertijd zijn ze bereid om samen afspraken te maken om de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving in 2030 fors te verminderen en in 2050 dicht bij nul te brengen. Daarvoor moeten bijvoorbeeld zo’n 8 à 9 miljoen adressen in ons land van het gas af. In Utrecht lopen wij daarop vooruit. We bekijken per gebied welke wijk logischerwijs het eerst aan de beurt is. Wij kozen bijvoorbeeld voor Overvecht-Noord, onder andere omdat de gasleidingen daar aan vervanging toe zijn. Om een enorme klus als deze te klaren, moeten lokale en regionale partners elkaars taal leren spreken. En het Rijk moet een goed speelveld bepalen. Het is een ingewikkelde puzzel om al die stukjes in elkaar te laten passen.’

Werkt interbestuurlijke samenwerking ook wel eens stroef?

‘Op het gebied van mobiliteit zie ik weinig beweging. Nederland verstedelijkt snel, terwijl de investeringen in duurzame mobiliteit achterblijven. Men voelt nog geen echte reden om samen te werken. Je zou haast denken dat hier ook een ‘aardbeving’ nodig is om mensen wakker te schudden. Bovendien werkt het Rijk op dit gebied nog te verkokerd en te veel vanuit ‘daar gaan wij niet over’. Dat is een gemiste kans.’

Een mix van gedeelde urgentie, momentum en de juiste mensen: is dat het recept voor succesvolle interbestuurlijke samenwerking?

‘Daar kom je ver mee, maar dan ben je er nog niet, hoor! Je hebt ook zitvlees nodig. En bloed, zweet en tranen. Heb geduld, ga samen de hei op, probeer elkaar te begrijpen. En durf op een gegeven moment gewoon aan de slag te gaan. Elke samenwerking begint bij een persoon, iedereen speelt een rol. We kunnen dus allemaal het verschil maken.’