Gedeputeerde Van Dijk: Alleen ga je sneller, samen kom je verder, of toch niet?

Veel bestuurders hanteren de uitspraak ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’ vaak om de noodzaak tot samenwerking nader te onderbouwen. De bedoeling is om andere partijen duidelijk te maken dat samenwerking misschien niet helemaal tegemoet komt aan al onze wensen, maar dat het toch verstandig is om het te doen. Hoe langer ik er over nadenk, des te meer ga ik mij storen aan dit motto. Het is een apologetische opmerking: vanuit een verdedigende houding spreken we positief over samenwerking. Mijn ervaring is dat een verdedigende houding je niet verder brengt. Offensief; dat helpt. Daarom mijn aanzet tot een meer offensieve benadering.

Alleen met samenwerking kunnen we de uitdagingen aan waar we in de Westerse samenleving voor staan. En die zijn groot. De technologische ontwikkelingen gaan sneller dan ooit. Wie had vijf jaar geleden kunnen voorzien dat we allemaal onze eigen filmpjes met een mooie kwaliteit zouden kunnen maken met onze smartphone? En de volgende stap kondigt zich al aan met fenomenen als blockchain en internet of things. In die situatie bereiden we ons als samenleving voor op de grootste stadsvernieuwingsoperatie als gevolg van het niet meer gebruiken van het Gronings aardgas. Geen enkele overheid of marktpartij kan dit in zijn eentje oplossen. We moeten samenwerken.

Dat is een ander geluid dan een jaar of vijf jaar geleden. Toen was het adagium: je gaat er over of niet. Het was de opmaat om het takenpakket van de diverse overheidslagen op te schonen. Het sociaal beleid bij de gemeenten, ruimtelijke ordening bij de provincies, om maar enkele onderwerpen te noemen. Maar nog geen vijf jaar verder zien we dat het wel stoer klinkt, maar dat het niet werkt.

Alleen in een samenspel tussen alle overheidslagen kunnen we komen tot oplossingen voor de problemen waar we als samenleving voor staan. Als we het aardgas uit de bestaande woningen willen halen, kunnen we het dan alleen overlaten aan de gemeenten? Het lijkt mij onzinnig. Het rijk moet werken aan het fiscaal instrumentarium en de bevoegdheden voor gemeenten zodat gemeenten het besluit kunnen nemen over het alternatief voor aardgas. De provincies moeten het mogelijk maken dat er ook werkelijk een alternatief voor handen is. Denk aan de aanleg van warmtenetten of de opwek van duurzame energie. Bovendien is afstemming van de verschillende alternatieven bovenlokaal nodig. Kortom: iedere overheidslaag moet betrokken worden bij deze uitdaging.

Maar is dit voldoende? Neen. Overheden kunnen dit niet alleen. Ze hebben andere partijen nodig om werkelijk stappen te kunnen zetten. Overheden kunnen de komst van windmolens mogelijk maken, maar als niemand wil investeren in windmolens, komen we geen steek verder. Energiebesparing kan alleen als de installatiebranche met redelijk betaalbare oplossingen komt.

Kortom: zonder het bedrijfsleven zullen we er niet komen. En laten we alsjeblieft de burgers niet vergeten. Zij zullen op diverse manieren te maken krijgen met deze nieuwe uitdagingen. Of het nu gaat om het afscheid nemen van je gasfornuis en de bijbehorende pannen, de plaatsing van windmolens of mestvergisters in je woonomgeving of een zwaardere belasting van dieselauto’s, iedere burger gaat het voelen. We moeten hen meenemen in het proces.

Samenwerking is dus noodzakelijk, terwijl we het presenteren als een keuze. We ontkomen er niet aan. En als iemand durft te beweren dat het daarmee minder snel gaat, dan snappen ze het nog echt niet. Want de keuze is niet langzaam of snel, maar lossen we het op of niet? Het antwoord op die laatste vraag is: alleen met samenwerking komen we verder . 

Jan Jacob van Dijk – Gelders gedeputeerde

 naschrift: Jan Jacob van Dijk neemt eind mei afscheid als gedeputeerde. Peter Drenth is zijn opvolger.