13 september 2018

Rotterdamse stadsmariniers: resultaat op straat

Na ongeveer tien jaar werken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en nog eens tien bij de gemeente Rotterdam, maakte Danielle van den Heuvel een rigoureuze overstap: van abstract beleid naar concrete oplossingen. Ze verruilde papierwerk, wetsvoorstellen en nota’s voor de praktijk. Als stadsmarinier in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken staat ze met twee benen in de stad, tussen de mensen. Stadsmariniers werken dus in de buurt, vanuit de opgaven die daar spelen. Het IBP ‘in het klein’. Maar hoe brengen ze problemen in de wijk in kaart? En hoe werken ze samen met een veelzijdig netwerk aan oplossingen?  

Hoe is het idee voor de stadsmariniers ontstaan?

“In 2002 zijn de eerste stadsmariniers door de toenmalige burgemeester Opstelten aangesteld. Hij pleitte voor resultaat op straat. Dat betekende toen een concrete aanpak van drugsmisbruik, prostitutie en de zwerversproblematiek in Rotterdam. De eerste stadsmariniers hadden vaak een politieachtergrond. In de loop der tijd is de zichtbare overlast op straat afgenomen, en is het speelveld van de stadsmariniers verschoven. De stadsmariniers van nu hebben verschillende achtergronden en richten zich op taaiere en minder zichtbare vraagstukken, zoals bijvoorbeeld ondermijning en jeugd. Maar: resultaat op straat is, was én blijft daarbij de belangrijkste taak.”

Wat kenmerkt een goede stadsmarinier?

“Als stadsmarinier moet je oog hebben voor wat er speelt en leeft in de wijk. Dat is in iedere wijk anders. Ook moet je verbanden kunnen zien. In de wijk Bospolder-Tussendijken zien we bijvoorbeeld dat de jeugd actief is in de handel van verdovende middelen. Dat levert veel geld op. Hiervoor zijn witwasmogelijkheden nodig. Dat lijkt samen te hangen met winkels zonder klanten.”

“Andere eigenschappen van een goede stadsmarinier zijn doorzettingsvermogen en niet te snel bang zijn. Ten slotte moet je wegen en kansen kunnen vinden. Je moet een verbinder zijn: de taaie stukken waar wij mee bezig zijn vragen vaak om een samenwerking tussen veel verschillende partners, van de mensen op straat tot beleidsmakers van lokale overheden en het Rijk. Je bent continu aan het schakelen tussen klein en groot, formeel en informeel, beleid en uitvoering. Dat is soms best complex.”

In welke wijk werkt u, en hoe heeft u daar een netwerk opgebouwd?

“Ik ben stadsmarinier in de wijk Bospolder-Tussendijken. Mijn kantoor is in de wijk. Zo sta ik tussen de bewoners en ben ik goed in staat om een netwerk op te bouwen. Samen met de gebiedsorganisatie van de gemeente, de wijkagenten, de woningcorporatie èn de bewoners zoeken we kansen. De gemeente Rotterdam heeft een wijkprofiel waarin alle wijken van de stad worden gerangschikt. Bospolder-Tussendijken is al sinds lange tijd een ‘achterstandswijk’, en dat is het nog steeds. Tegelijk maken we stappen. We zijn in twee jaar van de laatste vijf, naar de laatste 10 gestegen. Onze integrale aanpak lijkt dus haar vruchten af te werpen.”

Heeft u een voorbeeld van een goede samenwerking?

“In de afgelopen twee jaar hebben we de Mathenesserweg aangepakt. Dat is een straat op kadastrale grenzen: de ene helft ligt in de wijk Tussendijken, en de andere in Spangen. Daardoor kwam de verantwoordelijkheid ook in het midden te liggen. In de straat hadden zich veel vreemde zaakjes genesteld die zichzelf vereniging of stichting noemden. In de praktijk bleek een groot deel hiervan verkapte illegale horecagelegenheden te zijn, waar snode plannen gesmeed werden die de omgeving niet ten goede kwamen. Om dit aan te pakken hebben we een team samengesteld vanuit verschillende disciplines. We zijn begonnen met handhaven. We hadden niet direct een instrumentarium om de verenigingen en stichtingen mee aan te pakken, en zijn daarom samen met beleidsmedewerkers vanuit de gemeente bij de panden langs gegaan. Er bleek volop sprake te zijn van illegaal gokken: een handvat waarop we wél konden handhaven. Het Openbaar Ministerie (OM) had in diezelfde tijd een groot onderzoek lopen naar illegaal gokken, waar panden in de Mathenesserweg uit naar voren kwamen. In samenwerking met, en op basis van de bevindingen van het OM zijn we bij die panden overgegaan op bestuurlijke sluitingen.”

“Daar bleef het niet bij. We vermoedden dat in de andere verdachte panden ook illegaal werd gegokt. Op basis daarvan hebben we de Kansspelautoriteit (KSA) uitgenodigd te participeren in controles georganiseerd door de gemeente. Uiteindelijk hebben meerdere panden kunnen sluiten. De kennis van de KSA kunnen we in de dagelijkse praktijk weer benutten: zij hebben ons laten zien welke systemen er zijn, en waar je op moet letten om illegale gokpraktijken te kunnen onderscheppen. Dat is de kracht van ons netwerk: elkaar leren kennen, kennis delen en kijken wie het meeste resultaat op straat kan bereiken.”

Wat is er vervolgens met de straat gebeurd?

“We zijn aan de slag gegaan met een nieuwe invulling voor de straat door bewoners uit te nodigen om mee te denken. De gemeente en de bewoners hebben samen een visie gemaakt om van de straat een woonstraat te maken. De Mathenesserweg was vroeger een winkelstraat, veel leegstaande panden hadden dan ook een winkelbestemming. Samen hebben we ervoor gezorgd dat de transformatie van winkel naar woning werd ingezet. Dat hebben we nu al 20 keer gedaan. De nieuwe bewoners dragen allemaal bij aan de sociale controle in de wijk: door te spelen met kinderen op de stoep, door buurtfeestjes te organiseren, door elkaar te groeten. Zo ontstaat er een positieve spiraal. De bewoners hebben de openbare ruimte weer toegeëigend. Het resultaat? Voor criminele jeugd is er geen plaats meer om overlast te veroorzaken, en is het niet meer interessant om je voor stiekeme praktijken op de Mathenesserweg te vestigen. Want zij gedijen juist in anonimiteit. Zo combineer je het positieve met strengere handhaving. Al die aspecten samen zorgen dat het lukt!”

Welke tips heeft u voor andere gemeenten?

“Het is soms lastig van te voren in te schatten wat een juiste aanpak is voor een probleem. Blijf daarom niet te lang hangen in gedachten. Soms moet je gewoon beginnen en al doende leren. Als iedereen op elkaar wacht, dan gebeurt er niets. Als je wilt verbinden met andere overheidslagen, nodig elkaar dan ook uit. Ga bij elkaar kijken. De beleidswereld mag zich enerzijds wel beter beseffen dat wat je op papier schrijft niet vanzelf in de praktijk landt. De uitvoerende wereld anderzijds, is vaak zo druk doende, dat ze vergeet de beleidswereld aan te haken. Terwijl de hulp van overheden vaak heel waardevol is. De beleidswereld is er om wetten en regels te maken, maar ook om ze aan te passen wanneer ze niet werken.”

Meer weten?

Over de wijk Bospolder Tussendijken is afgelopen jaar een video gemaakt: Groei en bloei in Rotterdam West. Bekijk de verhalen van bewoners, die iets willen doen voor de wijk.