29 augustus 2018

Intensiever samenwerken tegen ‘sluipmoordenaar’ droogte

Toen Bert Boerman deze zomer rondreed over de hoge zandgronden in zijn provincie, zag hij drooggevallen beken. Geel en rood geschroeide velden. Mais, die normaal wel drie meter hoog kan worden, met de lengte van prei. Dat maakte grote indruk op de Overijsselse gedeputeerde. ‘We werken al zeven jaar aan maatregelen om ons aan te passen aan klimaatverandering. Nooit zag ik zo duidelijk in de praktijk hoe essentieel het is dat we dat doen.’ Bert Boerman heeft het ‘water’ in zijn portefeuille. Hoe heeft hij de afgelopen periode van extreme droogte beleefd? En wat kan de provincie betekenen in de aanpak ervan?  

Wanneer realiseerde u zich voor het eerst dat de droogte van deze zomer bijzonder was?

‘Al halverwege de maand juli kwamen bij ons de eerste signalen over uitzonderlijke droogte. Waterbedrijf Vitens pompte toen al 40% meer water op dan gebruikelijk. De Twentse zandgronden zijn de droogste van ons land. Bovendien zijn wij in Overijssel voor onze waterwinning afhankelijk van het grondwater, ook voor ons drinkwater. Wij zagen al eerder dan de rest van het land dat er serieuze watertekorten dreigden.’

Wat hebt u met die signalen gedaan?

‘We hebben een crisisteam ingesteld en zijn met de belangrijkste betrokkenen de gevolgen van de droogte gaan inventariseren: waar zijn de grootste watertekorten, waar is wél water, wat zijn de gevolgen voor de landbouw, voor vaarwegen, sluizen en stuwen? Vanaf half juli overlegden we dagelijks met waterschappen, het waterbedrijf en later ook de veiligheidsregio, Rijkswaterstaat en verschillende ministeries, om elkaar te informeren en waar nodig in actie te komen.’

Welke concrete maatregelen hebt u genomen?

‘We hebben al in juli samen met Vitens mensen gevraagd om hun tuin niet te sproeien met drinkwater. We moesten de 100 jaar oude sluis De Haandrik bij Gramsbergen verstevigen, omdat er door de lage waterstand water onderdoor liep. Er kwam een beregeningsverbod voor gebieden met te weinig oppervlaktewater. Bovendien mochten boeren in een straal van 200 meter rond natuurgebieden geen grondwater gebruiken om hun land te besproeien. In de kop van Overijssel hebben we tijdelijk het waterpeil verhoogd om een waterbuffer op te bouwen. We zijn met vertegenwoordigers van het ministerie van Landbouw bij agrariërs in onze provincie op bezoek geweest, zodat de boeren konden laten zien tegen welke problemen zij aanlopen.’

Als u ‘we’ zegt, bedoelt u dan de provincie?

‘Nee, dan bedoel ik alle betrokkenen samen. De waterschappen zijn in de provincies de eerstverantwoordelijken voor het waterbeheer. Rijkswaterstaat is dat landelijk. Vitens gaat over de drinkwatervoorziening. De provincie is verantwoordelijk voor natuur, infrastructuur en ruimtelijke ordening, bepaalt het beleid op hoofdlijnen en heeft vooral een regierol. We pakken signalen op, brengen mensen bij elkaar, stemmen activiteiten op elkaar af en agenderen onderwerpen. In een crisissituatie heeft elke organisatie de natuurlijke neiging eerst te kijken naar de eigen belangen. Het is cruciaal dat de provincie dan het geheel overziet en het algemene belang vooropstelt.’

Wat heeft de droogte u geleerd over samenwerken met andere overheden, organisaties en waterschappen?

‘In het Deltaprogramma Zoetwater werken we nationaal samen met alle betrokken overheden en organisaties om watertekorten te voorkomen. In Overijssel werken we via het akkoord ‘Samen werkt beter’ met natuur- en landbouworganisaties, provincie, gemeenten en waterschappen aan duurzame ontwikkeling van onze provincie, met name in het landelijk gebied. Het besef dat je een maatschappelijk vraagstuk als klimaatverandering alleen samen kunt aanpakken, was er dus al. Ik heb nu geleerd dat we nóg intensiever moeten samenwerken. In een crisis moet je snel kunnen handelen. We zijn nu lang bezig geweest met elkaars belangen in kaart te brengen en elkaar te informeren. Dat moet je eigenlijk al gedaan hebben. We gaan de gezamenlijke aanpak de komende tijd evalueren om goed voorbereid te zijn op nieuwe periodes van extreme droogte.’

Hoe heeft u de afgelopen periode als gedeputeerde ervaren?

‘Als heel bijzonder. Ik heb gezien hoe belangrijk het is met elkaar in gesprek te gaan, dan begrijp je elkaar beter. Ik ben bijvoorbeeld erg onder de indruk van de bereidheid van agrariërs om mee te werken aan maatregelen, die soms hun eigen bedrijf schaden. De sector is zo sterk, dat bedrijven voor het algemeen belang hun persoonlijke belangen opzij kunnen zetten.’

Is de situatie nu onder controle?

‘Dat weten we niet. Droogte is een sluipmoordenaar. De echte effecten zien we pas op langere termijn. Er moet veel regen vallen voor de watertekorten zijn aangevuld. En dan nog is niet alle schade hersteld. Door de droge zomer verwacht ik een moeilijk voorjaar. Bovendien: wat betekent deze droogte op langere termijn voor de landbouw? Voor de natuur, de dijken, de waterveiligheid? En wat als het vaker gebeurt? Het enige antwoord daarop is ‘samenwerken’. Want we zijn allemaal afhankelijk van elkaar.’