8 november 2018

Hoe het Rijksvastgoedbedrijf interbestuurlijk samenwerkt

Zichtbare resultaten voor woningbouw en duurzaamheid

Met circa 90.000 hectare grond en 12 miljoen vierkante meter vloeroppervlakte is het Rijksvastgoedbedrijf de grootste vastgoedeigenaar van Nederland. Met het Regionaal Ontwikkelprogramma draagt het Rijksvastgoedbedrijf bij aan de kabinetsdoelstellingen op het terrein van werken, wonen, duurzaamheid en circulaire economie. Bonny Donders, projectdirecteur Regionaal Ontwikkelprogramma, vertelt wat volgens haar de sleutel is tot interbestuurlijk samenwerken.

Bonny Donders

Complexe doelstellingen

‘De overheid heeft ambitieuze doelstellingen geformuleerd, bijvoorbeeld over het klimaat en de woningbouw’, vertelt Donders. ‘Wij kunnen daar met ons vastgoed een belangrijke bijdrage aan leveren. We kunnen natuurlijk onze eigen gebouwen verduurzamen, maar door de omgeving te betrekken kunnen we nog veel meer bereiken. Vanuit het vastgoed zoeken we daarom de samenwerking met bijvoorbeeld gemeenten en provincies.’

‘We hebben elkaar nodig’, benadrukt ze stellig. ‘En we moeten nog heel veel stappen zetten. De klimaatdoelstellingen zijn zo complex dat het niet gaat lukken, als wij dit sec per gebouw proberen op te lossen.’ Daarom wil Donders de ambities van het Rijksvastgoedbedrijf verbinden aan die van andere overheden. ‘We hopen dat iedereen wat vaker over zijn eigen muur heen gaat kijken.’ 

“Het is altijd de kunst om over je eigen grens heen te durven kijken en je nek uit te steken”

Duurzaamheid

Donders: ‘We hebben veel kennis in huis bij het Rijksvastgoedbedrijf. We zitten overal en kennen de regio goed. Uiteindelijk moeten wij aan de slag met ons eigen vastgoed. Onze taak binnen het Regionaal Ontwikkelprogramma is heel concreet: draag met het Rijksvastgoed bij aan onze doelstellingen op het gebied van de woningbouwopgave,  duurzaamheid, en werkgelegenheid. Dat geldt voor overheidsgebouwen, maar bijvoorbeeld ook voor onze gronden. Onze beloften zijn dus niet alleen mooie woorden op papier. Ik vind dat een mooie toegevoegde waarde van ons programma, want wij kunnen ’t met ons vastgoed vervolgens ook uitvoeren.’

Natuurlijk gaat verduurzaming niet altijd van een leien dakje. ‘Het is altijd een kunst om over je eigen grens heen te durven kijken en je nek uit te durven steken. Gemeenten, provincies  en ook wij hebben elk onze eigen verantwoordelijkheid en moeten beslissingen aan onze ‘achterban’ kunnen ‘verkopen’. Dat vraagt lef en een integrale benadering.  Dat is weleens moeilijk, omdat je gewend bent vanuit je eigen routine te werken. Maar we kunnen zoveel meer voor elkaar betekenen.’

 

EnergieRijk Den Haag

‘We zijn vanuit het Rijksvastgoedbedrijf bijvoorbeeld gewend om naar onze eigen gebouwen te kijken en daar het beste voor te regelen. Maar als we aan de ambities willen voldoen, moeten we niet alleen naar ’t gebouw kijken, maar ook naar wat er speelt in een gemeente.’

Een goed voorbeeld  is Energierijk Den Haag. In de Hofstad wordt op drie manieren gewerkt aan klimaatneutrale gebouwen: door te verslimmen, door installaties van verschillende gebouwen aan elkaar te koppelen, en door duurzame energie in te kopen. ‘Met dit project willen we zestien overheidsgebouwen in een straal van 1 km² rondom station Den Haag Centraal zo verduurzamen, dat de gebouwen in 2040 klimaatneutraal zijn. Per gebouw zouden we die doelstelling nooit sluitend krijgen, maar met elkaar lukt dat wel.’

‘Doe-het-zelf-wijk’ in Almere

Het Regionaal Ontwikkelingsprogramma verzamelde zeven praktijkverhalen, waaruit blijkt hoe samenwerking, lef en ‘over de muur kijken’ tot succes kan leiden. Een van die projecten bevindt zich in Flevoland. In Almere is het Rijksvastgoedbedrijf al langer in gesprek over de grote woningbouwopgave. De stad is een goed alternatief voor de overvolle Randstad, met snelle ov-verbindingen naar Schiphol en de Zuid-as, en op tien autominuten van het Gooi. Donders: ‘De groei van Almere is goed voor heel Nederland: het versterkt de internationale concurrentiepositie en levert werkgelegenheid op. De gemeente hecht veel waarde aan duurzaamheid en sociale cohesie.’

‘Wij hebben daar als Rijksvastgoedbedrijf veel gronden in ons bezit’, vertelt Donders. ‘In Oosterwold verkopen we – via de gemeente – kavels die bewoners zelf mogen inrichten.’ Wij konden de kavels hier relatief goedkoop verkopen, omdat bewoners zelf de aanleg en het beheer van wegen organiseerden. Gaandeweg ontstaat een ‘doe-het-zelf-wijk’. Donders ziet dit project als een les in loslaten; om het denken over de openbare wegen, de riolering etc. helemaal bij de bewoners te laten.

 

‘In Oosterwold is nu iets moois aan het ontstaan, dat goed past binnen de ambities van de gemeente voor innovatieve woningbouw, maar ook bij de ambities van het Rijk.’ Met zo’n initiatief steken alle partners hun nek uit. Donders: ‘Je moet ’t dan wel echt samen doen, anders gaat ‘t niet werken’.

“We staan nu aan de vooravond. We willen heel graag opschalen, maar die stap hebben we nog niet gezet”

 

De eerste maand als programmadirecteur

Donders is al langere tijd betrokken bij het programma en nu een maand aan de slag als programmadirecteur. Wat valt haar op? ‘Om op te schalen, moet je je ook verdiepen in de ander en dat kost tijd. Soms zou ik sneller willen. Maar ik zie ook dat we dat we als Rijksvastgoedbedrijf zelf nog kunnen leren in deze manier van werken. Toch zijn we al heel goed bezig. Ik zie mooie initiatieven en daar willen we er meer van, maar dat ontstaat niet vanzelf.’

‘We moeten als programma de boer op; verkennen waar de kansen liggen. Dat hoef ik gelukkig niet alleen te doen, maar ik zie zeker ook een rol voor mijzelf weggelegd. We moeten elkaars agenda’s beter leren kennen en kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen. Daarnaast hebben de projecten ook interdepartementaal en intern draagvlak nodig. Daar zet ik mij voor in. Samenwerking, integraliteit en lef zijn de sleutels voor dit programma. Het is wat mij betreft geslaagd als ons Regionaal Ontwikkelprogramma overbodig is geworden, en onderdeel is geworden van ons dagelijks werk.’

 

Meer informatie